Bijen en neonicotinoiden: ontkenningsstrategie wordt uitgerold

O'Bio_Baliekouter_Bijen en phacelia

‘Onderzoek “bijengif” is ijzersterk’

O'Bio_Baliekouter_Bijen en phacelia

DOOR: LAURENS GAUKEMA

Hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie Frank Berendse is niet te spreken over de beweringen van fabrikanten zoals Bayer en Syngenta dat het Europese onderzoek naar de schadelijke effecten van het ‘bijengif’ onwetenschappelijk is. Zo liet hij aan onze redactie weten.

Neonicotinoïden zijn de meest verkochte soort insecticiden ter wereld. Lang ging men er vanuit dat ze enkel effect zouden hebben op een beperkt aantal soorten insecten die planten en gewassen aantasten. Desondanks kwam er de afgelopen jaren een groot aantal studies naar buiten waaruit zou blijken dat de bestrijdingsmiddelen eveneens schadelijk zijn voor andere insecten. Hierdoor ontstond de vrees dat de neonicotinoïden mee zouden bijdragen aan de al jaren slinkende biodiversiteit in de landbouwgebieden. Bovendien spelen vele insecten, zoals de bij, een sleutelrol in de bestuiving van landbouwgewassen. Een verdere achteruitgang van deze ‘bestuivende insecten’ zou daarom dramatisch zijn.

O'Bio_Baliekouter_Bijen en phacelia

Dit alles was voor de Europese Commissie genoeg om in 2013 een verbod van twee jaar op het gebruik van neonicotinoïden in heel Europa in te stellen en te wachten op meer onderzoek. Nu het verbod op de pesticiden bijna afloopt, komt het wetenschappelijke adviesorgaan van de EU, de Europese Academies van Wetenschappen (EASAC), naar buiten met de conclusies van haar studie. En die zijn scherp.

De resultaten over gehouden bijen kunnen enigszins tegenstrijdig geïnterpreteerd worden (onder meer door de invloed van het aantal en de bekwaamheid van de imkers, de aanwezigheid van schimmels, enz.), maar voor wilde insecten bestaat er op lange termijn geen twijfel. Nog meer dan de bijen zijn insecten zoals hommels, vlinders en zweefvliegen erg kwetsbaar voor een minieme dosis neonicotinoïden. En ook deze beestjes zijn cruciaal voor de bestuiving van gewassen. Daarnaast spreekt het rapport ook over een achteruitgang van insectenetende vogels (zoals de ringmus en de spreeuw) in de gebieden waar de producten aanwezig zijn, vooral in gebieden met hoge concentraties in het wateroppervlak.

Vooral het feit dat de middelen nu systematisch preventief op zaden worden toegepast zorgt er volgens het rapport voor dat de neonicotinoïden ook in de bodem en het oppervlaktewater terecht komen. Hierdoor ontstaat een zelfversterkende spiraal. Het negatieve effect op de biodiversiteit leidt er uiteindelijk toe dat landbouwers juist nog meer op neonicotinoïden worden aangewezen om schadelijke insecten uit te schakelen. De EASAC adviseerde de Commissie daarom om sterke maatregelen tegen het gebruik van neonicotinoïden te nemen en het verbod op de producten misschien zelfs definitief te maken.

‘Vooringenomen’ versus ‘Onafhankelijk’

O'Bio_Baliekouter_Bijen en phacelia

Niet veel later trokken twee belangrijke fabrikanten van deze bestrijdingsmiddelen, Bayer en Syngenta, fel van leer tegen de EASAC. De Raad zou niet alleen falen in het bewijzen dat neonicotinoïden schadelijk zouden zijn voor de biodiversiteit, maar ook zou ze de studie te eenzijdig en te vooringenomen hebben uitgevoerd.

Hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie Frank Berendse (Universiteit Wageningen) schreef mee aan het rapport van de EASAC. Toen we hem hierover belden reageerde hij vol onbegrip op de kritiek. Volgens hem is de studie juist ijzersterk. ‘De Europese Academies van Wetenschappen vormen het koepelorgaan van al de nationale academies van de 27 EU-lidstaten. Ook de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen maakt er deel van uit. Ons onderzoek is geen nieuwe studie, maar wel een analyse van ruim 100 publicaties die recentelijk over dit onderwerp in internationale wetenschappelijke tijdschriften zijn verschenen. Deze bevatten zowel laboratoriumexperimenten als veldonderzoeken, en alle studies werden eerst door collega-onderzoekers beoordeeld voordat ze destijds in de tijdschriften gepubliceerd werden. Met de opmerkingen die hieruit voort vloeiden werd eveneens rekening gehouden in onze beoordeling. Uiteindelijk hebben alle nationale academies het rapport unaniem en onafhankelijk van elkaar goedgekeurd.’

Via laboratoriumexperimenten werd in het verleden al snel duidelijk dat neonicotinoïden een negatief effect op insecten hadden. Desondanks betekent dit niet automatisch dat de beestjes ook een even sterke hinder van de producten ondervinden in de open natuur. De omstandigheden zijn er immers anders dan in het lab. En juist op dat punt zouden de wetenschappers volgens Syngenta ook vooringenomen zijn geweest. Ze zouden enkel die veldonderzoeken hebben genomen die hen de gewenste resultaten zouden opleveren.

Berendse noemt deze bewering complete onzin: ‘Ook in de veldonderzoeken hebben we alles meegenomen. Vele veldexperimenten toonden de effecten eerder al aan, maar tegelijkertijd was er destijds ook kritiek van andere wetenschappers over het feit dat de concentraties van de gebruikte neonicotinoïden aan de hoge kant waren. Nadat men hier echter rekening mee had gehouden, zag men eveneens dat ook zeer lage dosissen al een sterk effect hadden. Zo krijg je via een proces van woord en wederwoord integere wetenschappelijke resultaten. De bewijzen rond de nadelige effecten van neonicotinoïden op de biodiversiteit stapelen zich op.’

O'Bio_Baliekouter_Bijen en phacelia‘Onderzoek “bijengif” is ijzersterk’

‘Bayer en Syntega nemen afstand van de wetenschap’

Berendse vind het dan ook ongepast dat de industrieën op deze manier objectieve integere wetenschappers in twijfel te trekken. ‘Dit soort reacties zijn natuurlijk te verwachten, want voor hen draait het om grote economische belangen die ook werkgelegenheid met zich mee brengen. Dit begrijp ik ergens wel, maar toch ga ik hier niet licht over heen. Bayer en Syntenga hebben zich in een verbond aangesloten van het WBCSD, een organisatie van bedrijven wereldwijd die duurzame economische ontwikkeling nastreeft. Dit tast hun geloofwaardigheid ernstig aan. Als ze van deze resultaten afstand willen nemen, nemen ze ook afstand van de wetenschap.’

Als neonicotinoïden dan schadelijk zijn voor insecten en (indirect) voor vogels, is het ook niet zo onlogisch om je af te vragen of de producten ook voor de mens schadelijk zouden zijn. Maar volgens Berendse loopt het niet zo’n vaart. ‘De stoffen zijn precies zo gemaakt dat ze enkel bij insecten de zenuwcelverbindingen blokkeren. Hierdoor geraken ze verlamd en sterven ze uiteindelijk. Op mensen zouden de insecticiden geen effect hebben. Desondanks suggereerde een recent Japans onderzoek dat de afbraakproducten van neonicotinoïden wél een effect zouden kunnen hebben op de mens. Maar laten we wel wezen, hier moet nog veel meer onderzoek naar gebeuren.’

Bron: www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2015/April/Bijensterfte.html

0 Comments

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Get Adobe Flash player