[wds id=”1″]

Is bio beter?

Ontdek de verschillen

God in Frankrijk

Eten met een gerust hart

landbouw-005_695_467_72

Nooit eerder in de menselijke geschiedenis was de kans zo “schoon” om voldoende, gevarieerd en lekker te eten.Om te leven als God in Frankrijk.

Maar wat doen we?

We stoppen onze voeding vol met residuen van lichaamsvreemde stoffen. Kiezen voor biologisch is zelf je leven in handen nemen. Is kiezen voor gezondheid. Is kiezen voor de gezondheid van je kinderen. Kiezen voor biologisch is genieten, genieten omdat je weer kunt
eten met een gerust hart.

Dat is de missie van O’Bio: biologische voeding beschikbaar maken voor alle mensen. Omdat biologische voeding een mensenrecht is.

Gif op ons bord

landbouw-001_spruiten_695_467_72

De consument vertrouwt het niet meer : pesticiden, kunstmeststoffen, genetische manipulatie, hormonen, antibiotica, kalmeermiddelen in het vlees, je leest het dagelijks in de krant. En gelijk heb je als consument. Voedsel moet gezond zijn, niet schadelijk.

Eén soort landbouw heeft het altijd al anders gedaan : de biologische landbouw.

Wat is biologische landbouw?

abstract-012_695_465_72

« Van biologische teelt » betekent samengevat dat een voedselproduct geproduceerd werd zonder gebruik te maken van scheikundige hulpmiddelen, zonder kunstmeststoffen, zonder synthetische pesticiden, zonder genetische manipulatie en met respect voor dierenwelzijn.

De biologische landbouw bestaat al tientallen jaren. Pioniers, vooruitstrevende en vooruitdenkende boeren roeiden al die jaren tegen de stroom in. Zij weigerden systematisch gebruik te maken van chemische hulpmiddelen. Sinds 1 januari 1993 is de biologische landbouw wettelijk beschermd, in de ganse Europese Gemeenschap. De term « biologische teelt » en biolabels zijn voorbehouden aan boeren die werken volgens een strikt lastenboek. Ondertussen wordt in Europa reeds 11 miljoen ha biologisch beteeld. Wereldwijd wordt zelfs 37.5 miljoen hectare biologisch beteeld, en dit door meer dan 1.9 miljoen boeren. En het bio-areaal blijft elk jaar groeien. Een bewijs dat biologische teelt professioneel en toekomstgericht is, en dat miljoenen consumenten er het volste vertrouwen aan schenken.

Een biologische boer bemest zijn weiden en akkers niet met kunstmest. Maar ook niet met drijfmest uit industriële kwekerijen. En hij gebruikt geen van de honderden chemische bestrijdingsmiddelen om onkruid, ziekten of insecten de baas te kunnen. Biologische veekwekers gebruiken geen hormonen en geen antibiotica .

Biologische landbouwers denken preventief. Zij bedrijven een duurzame, ecologische landbouw. Zij werken met groenbemesters, bij hen groeit nog klaver. Zij hebben een gezonde bodem, gezonde gewassen en gezond vee. Zij zijn echte vakmensen die werken volgens een wetenschappelijk stevig onderbouwde teeltmethode.

Biologische landbouw is de enige landbouw die scheikundige sproeistoffen weert, maar ook de enige die genetische manipulatie van planten en zaden weigert. En de producten mogen niet behandeld worden met ioniserende bestraling. Bij de verwerking worden bovendien geen schadelijke additieven toegevoegd.

Biologische boeren kiezen ook voor sterke rassen. Sterke fruitgewassen, sterke landbouwgewassen, die uit zichzelf ziekteresistent zijn, maar ook sterke veerassen : koeien die nog kunnen kalven zonder keizersnede. Op een biologische hoeve hebben dieren ruimte: buiten kunnen lopen, grazen, scharrelen zijn essentieel voor de gezondheid en het welzijn van het dier. Dieren hebben er de tijd om te groeien : zonder hormonen of groeibevorderaars. Ziekten worden voorkomen door een gezonde voeding, gezonde buitenlucht en plantenextracten: niet door dagelijkse medicatie die aan veevoeder en drinkwater wordt toegevoegd.

 

Preventief denken

abstract-010_695_465_72

 Biologische landbouwers denken preventief. Zij bedrijven een duurzame, ecologische landbouw. Zij werken met groenbemesters, bij hen groeit nog klaver. Zij hebben een gezonde bodem, gezonde gewassen en gezond vee. Zij zijn echte vakmensen die werken volgens een wetenschappelijk stevig onderbouwde teeltmethode.

 Biologische landbouw is de enige landbouw die scheikundige sproeistoffen weert, maar ook de enige die genetische manipulatie van planten en zaden weigert. En de producten mogen niet behandeld worden met ioniserende bestraling. Bij de verwerking worden bovendien geen schadelijke additieven toegevoegd.

 Biologische boeren kiezen ook voor sterke rassen. Sterke fruitgewassen, sterke landbouwgewassen, die uit zichzelf ziekteresistent zijn, maar ook sterke veerassen : koeien die nog kunnen kalven zonder keizersnede. Op een biologische hoeve hebben dieren ruimte: buiten kunnen lopen, grazen, scharrelen zijn essentieel voor de gezondheid en het welzijn van het dier. Dieren hebben er de tijd om te groeien : zonder hormonen of groeibevorderaars. Ziekten worden voorkomen door een gezonde voeding, gezonde buitenlucht en plantenextracten: niet door dagelijkse medicatie die aan veevoeder en drinkwater wordt toegevoegd.

De benaming biologisch

abstract-018_695_465_72

De term ‘biologisch’, als we praten over voeding tenminste, is wettelijk beschermd. Enkel erkende bedrijven die een strikt lastenboek volgen, mogen hun producten biologisch noemen. Samengevat houdt dit lastenboek in dat de land- en tuinbouwer die voor biologische teelt kiest, eerst 2 jaar moeten omschakelen. Ook dan reeds mag hij geen gebruik maken van chemisch-synthetische hulpmiddelen. Hij mag voortaan geen scheikundige meststoffen, geen chemische sproeistoffen en geen industriële ndrijfmest meer gebruiken.

Pas na de omschakelingsperiode kunnen zijn producten biologisch genoemd worden. Erkende bedrijven kunnen voor erkende producten een garantielabel gebruiken. In Europa is dit het Europese biolabel.

Biogarantie

abstract-080_695_465_72

Belgische biobedrijven die bovendien het lastenboek van Bioforum onderschrijven, kunnen ook het ‘biogarantie-label’ gebruiken. Het lastenboek van Biogarantie legt aan de gebruikers van het label bijkomende ecologische, economische en sociale normen op.

Logo Biogarantie

De controle

Fram-Beern-000_0148-28_695_467_72

De controles worden door onafhankelijke organisaties uitgevoerd, in België zijn dat TUV-Nord Integra en CERTISYS. De biologische landbouw maakt immers geen compromissen, en dus moet ook het controlesysteen waterdicht zijn, ook al zijn vele bedrijven echte pioniers en idealisten. Integendeel, precies zij zijn vragende partij voor een waterdichte controle. Vanaf de omschakelingsperiode worden tijdens aangekondigde en niet aangekondigde bezoeken stalen genomen van bodem, blad en gewas. Deze stalen worden in het labo ontleed en laten geen twijfel bestaan over de vraag of het bedrijf al dan niet scheikundige hulpmiddelen heeft ingezet.

 Het gecontroleerde bedrijf verschaft bovendien toegang tot de boekhouding en de diverse lokalen. Bovendien moet het zelf uitgebreide informatie bijhouden: teeltplan, perceelsplan, bemestingsplan en uitgevoerde bestrijdingen. Als nieuwe bedrijven omschakelen naar biologische teelt, maar niet ter goeder trouw werken, dan vallen ze in een mum van tijd door de mand, worden ze geschorst en gesanctioneerd. Een bedrijf daarentegen dat na de omschakelingsperiode het ‘biolabel’ mag gebruiken, heeft er alle belang bij deze zware investering te koesteren als een kleinood, en zijn erkenning niet op het spel te zetten.

De term 'biologisch'

EU_Organic_Logo_Colour_rgb

De term ‘biologisch’, als we praten over voeding tenminste, is wettelijk beschermd. Enkel erkende bedrijven die een strikt lastenboek volgen, mogen hun producten biologisch noemen. Samengevat houdt dit lastenboek in dat de land- en tuinbouwer die voor biologische teelt kiest, eerst 2 jaar moeten omschakelen. Ook dan reeds mag hij geen gebruik maken van chemisch-synthetische hulpmiddelen. Hij mag voortaan geen scheikundige meststoffen, geen chemische sproeistoffen en geen industriële drijfmest meer gebruiken. Pas na de omschakelingsperiode kunnen zijn producten biologisch genoemd worden. Erkende bedrijven kunnen voor erkende producten een garantielabel gebruiken. In Europa is dit het Europese biolabel.

Belgische bedrijven die bovendien het lastenboek van Bioforum onderschrijven, kunnen ook het ‘biogarantie-label’ gebruiken. Het lastenboek van Biogarantie legt aan de gebruikers van het label bijkomende ecologische, economische en sociale normen op.

Biogarantie_logo

Waarin verschilt bio?

biologisch_waarin verschilt

Vooreerst is er een lange omschakelingstijd vooraleer een boer zijn product biologisch mag noemen. Wie vandaag beslist om geen chemische troep meer te spuiten, mag zich niet biologisch noemen. Eerst moet hij minstens 2 jaar omschakelen. Dat staat in schril kontrast met de massa’s andere labels. Zelfs bij een zogenaamd ‘hormonenvrije’ veekweker volstaat het om een rund gedurende een aantal maanden ‘hormonenvrij’ af te mesten, en daarmee is de kous af. Wat dit dier voordien toegediend heeft gekregen, valt niet te controleren. En alle andere voeding die het dier krijgt toegediend is uiteraard niet biologisch. De controle is er beperkt tot een bepaalde periode en tot de stal. Wat er met de bodem, de bemesting, de gewasbescherming gebeurt, is niet bepaald. De biologische boer daarentegen heeft een volledige bedrijfsvoering, vanaf veld, voeding, stal tot aan de verkoop, een bedrijfsvoering die jaren voordien reeds aangevangen is.

Vele controles op gewassen en dieren gebeuren achteraf, of steekproefsgewijs. We herinneren ons in dit verband de dioxinecrisis. Biologische kippen en eieren waren als enige nog verkrijgbaar. Logisch, want nergens zijn de voorschriften zo strikt, en nergens is de volledige ketenbewaking zo feilloos georganiseerd, als in de biologische landbouw. Toen de hamvraag zich stelde, waar in België geen dierlijke of technische vetten aan de veevoeders waren toegevoegd, kon enkel de biologische landbouw deze hamvraag positief beantwoorden, en dit bovendien ook nog zwart op wit, waterdicht, bewijzen. Steekproeven zijn nooit waterdicht, maar laten de deur voor kleine en grote voedselfraudes wagenwijd open. Enkel systematische controles per bedrijf en per gewas zijn een garantie voor de consument.

Een eeuw bio!

biologisch_een eeuw bio

Begin 1900 sprak Sir Albert Howard zich reeds uit tegen het gebruik van kunstmest en ontwikkelde hij in India de Indore-methode voor het composteren. De jonge Lady Eve Balfour, geïnspireerd door Sir Albert Howard, is nauwelijks 20 wanneer ze, afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur, in 1921 in Suffolk begint te experimenteren met biologische landbouw op een 60 ha grote farm. Ook Raoul Lemaire in Frankrijk propageert in 1924 organische mest en de spiritueel geïnspireerde Rudolf Steiner geeft in 1924 een ‘agrarische cursus’ voor een honderdtal boeren die de basis zou vormen voor wat later de bio-dynamische landbouw zou worden. Hans Müller, die de naastenliefde van zijn moeder had geërfd (zij voedde niet alleen haar eigen zeven kinderen, maar ook veertien wezen op), richtte in 1946 samen met zijn vrouw, Maria Bigler, een landbouwersvereniging op, die zich wou wapenen tegen de toenemende industrialisatie. Het gebruik van kunstmest en pesticiden had ondertussen een beangstigend hoge vlucht genomen. Samen met de microbioloog Hans-Peter Rusch, die in 1950 voor het eerst wetenschappelijke bewijzen kon voorleggen omtrent bodemvruchtbaarheid, bacteriën en het belang van biologische landbouw, ontwikkelde het echtpaar de wetenschappelijk onderbouwde biologisch-organische landbouwmethode.

Dode lente

biologisch_dode lente

In 1962 publiceert de Amerikaanse biologe Rachel Carson het ophefmakende boek ‘Silent Spring / Dode lente’ waarin ze getuigenis aflegt van het vernietigende effekt van DDT. Ze toont aan hoe lichaamsvreemde pesticiden zich opstapelen in de voedselketen en er de top van de voedselpiramide bedreigen : de roofvogels. De parallel met de mens is duidelijk ; ook hij vormt de top van een voedselpiramide, ook in zijn lichaam worden deze lichaamsvreemde pesticiden opgestapeld. ‘Silent Spring’ confronteert de mens met het wereldwijde gevaar van de chemie, en luidt mee het groeiende milieubewustzijn in, dat vanaf de jaren 60 een prominente plaats opeist in de maatschappelijke discussies.

Wetenschappelijke inzichten en verontwaardiging doet de kern van mensen groeien die hun voedsel terug zelf in handen willen nemen. Boeren die kwalijke ervaringen hebben met pesticiden (heel wat Belgische boeren zijn omgeschakeld nadat hun eigen gezondheid in acuut gevaar was gebracht), maar ook niet-boeren die om ideologische redenen kiezen om op een gezonde manier te werken met de aarde

Geen chemische hulpmiddelen

biologisch_geen chemische hulpmiddelen

Wie door een jarenlang gebruik kanker krijgt, kan het oorzakelijk verband nooit bewijzen. De consument is een gewillig slachtoffer van de industrie en de multinationals. Alleen statistieken liegen niet: lichaamsvreemde stoffen worden in het vetweefsel van de mens geconcentreerd en zijn jaarlijks verantwoordelijk voor onnoemelijk veel milieu-kankers.

Een coctail van residuën

biologisch_een coctail van residuën

Welke residuën krijg je op je bord?

HERBICIDEN Chemische middelen om onkruid te verdelgen.

FUNGICIDEN Chemische middelen om schimmelziekten te bestrijden.

INSECTICIDEN Chemische middelen om insekten te bestrijden

NEMATOCIDEN Chemische middelen om bodemaaltjes te bestrijden

ACARICIDEN Chemische middelen om mijten te bestrijden

BODEMONTSMETTERS Chemische middelen om de bodem te ontsmetten

STENGELVERKORTERS Chemische middelen die kortere graanstengels moeten aanmaken

GROEIREGULATOREN Chemische middelen die inwerken op de hormonenhuishouding van de plant

Bio: gezonde bodem

biologisch_bio een gezonde bodem

De bodem is het voedingssubstraat waarop ons voedsel groeit. In de chemische landbouw gebruikt men dit substraat om er chemische meststoffen in onder te brengen. Dit voedsel voor de planten is eenzijdig en onnatuurlijk samengesteld. Het zorgt niet alleen voor ongezonde planten die op hun beurt veel chemische gewasbescherming nodig hebben om overeind te blijven, bovendien tast het ook een aantal vitale eigenschappen van de bodem aan, waardoor ondermeer erosie ontstaat. Klassieke boeren gaan zelfs verder: ze schakelen de bodem uit, en laten hun planten op rotswol dekens of water groeien.

In de biologische landbouw staat de bodem echter centraal. Planten zijn door de tientallen miljoenen jaren evolutie perfect afgestemd op het leven van de bodem. De organische voedingsstoffen (afgevallen bladeren, groen en mest) die op de bodem terecht komen, worden door miljarden organismen verwerkt tot uitgebalanceerde voedingsstoffen voor de planten. In de bovenste 15 cm van een gezonde akker leven per hectare 10.000 kilo bacteriën, 10.000 kilo schimmels, 370 kilo eencelligen, 140 kg algen, 17 kilo insecten en 6 kg springstaarten. Deze natuurlijke kringloop garandeert dat het voedsel voor onze voedingsgewassen rijk en evenwichtig is waardoor het gewas zelf gezond blijft. En de bodem zelf kan de voedingsstoffen en het water uitstekend vasthouden, waardoor geen bodemerosie optreedt. (De Natuurlijke keuken)

Genetische manipulatie

b

De nieuwste ontwikkeling in de klassieke landbouw is het gebruik van genetische manipulatie. Dit zeggen wetenschappers over de gevaren van genetische manipulatie:

Dr. Joseph Cummins, Professor emeritus in de genetica aan de universiteit van West Ontario waarschuwt:
Waarschijnlijk gaat op het gebied van genetisch gemanipuleerde gewassen de grootste dreiging uit van de invoeging van gemanipuleerde virus- en insectengenen in gewassen. In het laboratorium is aangetoond dat genetische manipulatie zeer virulente nieuwe virussen uit zulke bouwsels schept. Het veelvuldig gebruikte bloemkoolmozaïekvirus is in ieder geval een potentieel gevaarlijk gen. Het is een pararetrovirus hetgeen betekent dat het zich vermenigvuldigt door DNA te maken van RNA-boodschappen. Het lijkt heel veel op het hepatitis-B-virus en is verwant aan HIV. Veranderde virussen kunnen mogelijk hongersnood veroorzaken door oogsten te verwoesten of zeer ernstige ziekten bij mens en dier teweegbrengen.

Professor Dr. Erwin Chargaff, één van de grondleggers van de moderne kennis van de erfelijkheid:
Er zijn twee grenzen die we nooit hadden mogen doorbreken, die van de atoomkern en die van de celkern. Een bacterie bezit zoveel genetische informatie als de bijbel woorden heeft, een mens evenveel als vijftien bijbels. De gentechneut vervangt daarin misschien één of twee bladzijden en zegt dat dat niet gevaarlijk is. Hij verzwijgt echter dat hij de inhoudsopgave niet kent, dat hij niet weet welke bladzijde vervangen werd, dat hij er geen flauwe notie van heeft hoe belangrijk de inhoud van deze bladzijden is, ook volstrekt niet weet hoe de inhoud van deze bladzijden samenhangt met die van de rest van het boek, en voorts met geen mogelijkheid de inhoudsverandering kan begrijpen.

Maïs en GGO

Voor wat betreft mais, zijn er sinds maart 1998 drie genetisch gemanipuleerde maïssoorten toegelaten in de EU. De maïs wordt voor veevoeder gebruikt, en zit sinds 1998 ook in ons voedsel.

Het aanbrengen van een ampicilline-resistentie-gen in maïs is een verouderde techniek, die niet meer gebruikt hoeft te worden, maar men doet dit nog steeds. In deze maïs worden resistente genen tegen insectenvraat, een herbicide en antibiotica ingebouwd. Dit houdt gezondheidsrisico’s in. Ampicilline behoort tot de penicilline, die algemeen tegen veel ziekten wordt ingezet. De overdracht van de antibiotica-resistentie van de plant op bacteriën is mogelijk. Deze mogelijke overdracht werd tot nu toe onderschat. Wordt deze genetisch gemanipuleerde maïs als veevoeder of levensmiddel gebruikt, dan kan het gen in de darmen door ziekteverwekkende bacteriën opgenomen worden, die dan tegen een behandeling met de bovengenoemde antibiotica immuun worden. Deze manier van uitwisseling van genen naar plantencellen wordt horizontale gentransfer genoemd. Bron: Greenpeace Duitsland

Zuivel en GGO

Reguliere zuivelproducten van de supermarkt bevatten ook resten van gen-soja en gen-maïs, omdat het vee gevoerd wordt met genetisch gemanipuleerd maïs en – soja.
Het eerste gemanipuleerde voedsel dat in Nederland verkocht wordt, is genetisch gemanipuleerde soja. Deze soja is resistent gemaakt tegen het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat door het inbouwen van erfelijk materiaal van een bacterie, waardoor de sojaplant een nieuw enzym aanmaakt. De plant blijft daardoor leven ook al wordt het bespoten met een zwaar vergif als glyfosaat. Bij genetisch gemanipuleerde maïs wordt wel gebruik gemaakt van het onkruidbestrijdingsmiddel glufosinaat-ammonium. Dit middel kan met name bij jonge zoogdieren schade aan het zenuwstelsel veroorzaken, terwijl glyfosaat tot vruchtbaarheidsproblemen bij mannelijke zoogdieren kan leiden. (Lucas Reijnders, Natuur en Milieu maart – nummer 1998.)

Zo worden de consumenten proefkonijnen, zonder daar toestemming voor te hebben gegeven. De risico`s voor de consumenten zijn onbekend. Onbekend is of er allergische reacties zullen voorkomen, die gaan van een beetje hoofdpijn tot ernstige ziekte.
In zestig procent van de supermarktproducten zit soja. Sinds 1996 al wordt er in diverse producten genetisch gemanipuleerde soja gebruikt. Sinds april 1998 zijn drie verschillende soorten genetisch gemanipuleerde maïssoorten en een genetisch gemanipuleerde koolzaadsoort toegelaten in de Europese Unie.

Werking van lichaamsvreemde stoffen

biologisch_werking van lichaamsvreemde stoffen

Cancerogeen: kankerverwekkend of kanker bevorderend

Mutageen: mutaties bevorderend of teweegbrengend. Een mutagene werking betekent dat er minuscule veranderingen worden aangebracht in het D.N.A.-molecule (met soms zeer grote gevolgen uiteraard), m.a.w. dat het erfelijk materiaal wordt aangetast.

Teratogeen: niet-erfelijke afwijkingen veroorzakend bij embryo ‘s

DDT en organochloorverbindingen

BIO-DDT en organochloor

Gevaarlijke pesticiden zoals DDT, chlordaan, aldrin, dieldrin en toxafeen en organochloorverbindingen die reeds tientallen jaren in West-Europa verboden zijn, worden nog steeds massaal geproduceerd en geëxporteerd naar Derde Wereldlanden. Niet alleen richten ze daar onomkeerbare menselijke en milieuschade aan, maar, o ironie, via bananen, exotische vruchten, koffie, thee, groenten, schaaldieren én veevoeders komen ook zij terug op het bord van de Westerse konsument. Deze stoffen die dikwijls traag afbreken, hopen zich op in de voedselketen. Daardoor daalt het gehalte aan ‘organochloorconcentraties’ in Belgische moedermelk nauwelijks.

De aantallen misvormde kreeftachtigen die aan de Westkust van Afrika worden opgevist, blijken zo vervuild, dat vele zichtbaar misvormd zijn. Wanneer multinationals « hier verboden » stoffen massaal blijven exporteren naar de Derde Wereld, moeten we ons dan geen vragen stellen over de moraal van deze bedrijven. Van CIBA-GEIGY is zelfs bekend dat het bedrijf het pesticide « Galecron » uittestte op Egyptische kinderen. In Derde Wereldlanden worden giftige pesticiden over de hoofden van de plantagewerkers gespoten. Het aantal vergiftigingsgevallen wordt volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie in de Derde Wereld jaarlijks geraamd op 10.000.000. Meer dan honderdduizend ervan met dodelijke afloop.

Pesticiden en onvruchtbaarheid

biologisch_pesticiden en onvruchtbaarheid

Professor Frank Comhaire van de Rijksuniversiteit Gent toonde in 1998 aan dat het aantal mannen met onvoldoende goede zaadcellen tussen 1977 en 1994 gestegen is van 2,5 % naar bijna 30 %, een vertwaalfvoudiging op 17 jaar tijd. Deze achteruitgang van de vruchtbaarheid wordt toegeschreven aan de oestrogene werking van pesticiden, dioxines, PCB’s en weekmakers in plastic. Zo merkten wetenschappers in 1987 op dat in het Apopka-meer in Florida alligators onvruchtbaar geworden waren. In Engelse rivieren vonden zij paling die zich niet meer kon voortplanten en in de Noordzee vissen met mismaakte geslachtsorganen. (oestrogenen: vrouwelijk geslachtshormoon). Ook bij de mens stijgt het aantal geslachtsafwijkingen, teelbalkanker en prostaatkanker op opzienbarende wijze.

Persistentie en resistentie

biologisch_persistentie

Ook al zijn stoffen reeds tientallen jaren hier verboden, toch blijven ze in onze eco-systemen aanwezig. Van dichloorpropaan is bijvoorbeeld bekend dat wanneer het gebruik van deze stof ophoudt, ze nog 200 jaar in onze watervoorraden aanwezig blijft. Een ander fenomeen is dan weer dat de insecten die met chemicaliën bestreden worden, na verloop van tijd resistentie kunnen ontwikkelen tegen deze biociden. In de jaren 90 werden in de V.S. gemiddeld 12 keer meer pesticiden gebruikt dan in de jaren 50. Het oogstverlies verdubbelde nochtans : door resistente insecten en virussen. Wereldwijd bestaan er reeds 400 insecten die immuun zijn voor één of meer pesticiden. Enkele ervan zijn met niks meer te verdelgen

Pesticiden en watervervuiling

biologisch_pesticiden en watervervuiling

In oppervlaktewaters werden in België concentraties aan pesticiden gemeten die bijna 500 keer de wettelijke norm overschreden.Voor vele pesticides wordt zelfs geen norm gehanteerd

Ioniserende bestraling

biologisch_ioniserende bestraling

Om langer te bewaren wordt veel voedsel soms systematisch behandeld met ioniserende bestraling. Deze techniek is verboden in de biologische teelt, en wel omdat absoluut niet kan worden aangetoond dat deze techniek, wanneer lang en permanent toegepast, onschadelijk is voor de mens.

Veeteelt

biologisch_veeteelt

Tussen conventionele teelt en biologische teelt zijn de verschillen op zich aanzienlijk. Dat geldt voor akkerbouw, groente- en fruitteelt. Kijken we naar wat biologische veeteelt betekent, dan zijn de verschillen nog groter. Niet alleen worden daarbij de lichaamsvreemde stoffen via de vetten in melk en vlees geconcentreerd (je weet wel, bij elk dier in de voedselketen, bij elk echalon, treedt zo een concentratie op), ook worden waarden en normen gehanteerd binnen de biologische veeteelt die soms veraf staan van de gangbare landbouw.

Biologische industrie

biologisch_bio-industrie

Vooreerst een misverstand uit de wereld helpen: met bio-industrie wordt de grootschalige, industriële veeteelt bedoeld, die gebruik maakt van legbatterijen, boxen, kistkalveren en andere minder leuke teeltmethoden. Bio-industrie heeft dus niks te maken met bio-landbouw, en beter is dan ook het gebruik van de term ‘agro-industrie’. Deze industrie beschouwt het dier en het milieu als een productiemiddel waar de mens naar eigen goeddunken, en volgens louter economische motieven, gebruik mag van maken.

De agro- of bio-industrie wordt beschouwd als voorname milieuvervuiler, en als motor in het ongebreideld gebruik van bedenkelijke stoffen, denken we maar aan de antibiotica en de hormonen, maar ook aan het gebruik van dierlijke vetten en afvalstoffen in de veevoeding. De agro-industrie vormt ook een bedreiging van de familiale landbouw en van de Derde Wereld, waaruit zij veel voedsel weghaalt. De agro-industrie is tevens een belangrijke veroorzaker van het overbemestingsprobleem en de pollutie van het water. In alle geval is bio-industrie zowat het omgekeerde van bio-landbouw, en worden beide termen soms verkeerdelijk door mekaar gehaald.

Resistentie en sterke rassen

biologisch_resistentie en sterke rasse

Planten en dieren worden sinds eeuwen geselecteerd op ziekteresistentie. De chemische landbouw heeft echter al te dikwijls haar prioriteiten gelegd bij het creëren van grote oogsten en dieren met veel vlees. De natuurlijke ziekteresistentie werd verdrongen door het waandenkbeeld dat chemicaliën in staat waren alle problemen op te lossen. In de biologische landbouw wordt bewust gekozen voor een natuurlijke ziekteresistentie.

Appels worden geslecteerd op grond van schurftresistentie, granen op grond van schimmelresistentie, en veerassen moeten uit zichzelf een grote weerstand hebben tegen infectieziekten. Belgische en Nederlandse biologische veeboeren introduceren zo bijvoorbeeld opnieuw de ‘Limousin’, een ras dat gehard is tegen minder goede weersomstandigheden, en toch vlees van zeer goede kwaliteit oplevert.

Keizersnede

Biologisch_keizersnede

Het eenzijdig kweken van dieren naar massale vleesproductie toe, heeft ervoor gezorgd dat meer dan 90 % van onze runderen moet kalven met behulp van keizersnede. De dikbillen zijn er het sprekende voorbeeld van. Met als onvermijdelijk gevolg infectiegevaar, antibiotica en belast sociaal gedrag bij de jonge kalveren. In de biologische veeteelt dienen rassen gekozen die in staat zijn om op natuurlijke wijze te kalven. Keizersnede is enkel per uitzondering toegestaan, wanneer het welzijn van het dier in gevaar is.

Hormonen

biologisch_hormonen

Chloortestosteronacetaat, esters van testosteron, fluoxymesterone, stanozolol, tapazol, estradiol, progesteron, methylboldenon, estradiolbenzoaat, methylprednisolone, delmadinonacetaat: anabolica, corticosteroïden en thyreostatica die allemaal samen tot een cocktail worden gemengd en in het vee worden ingespoten.

« Omdat ik ervan overtuigd was dat talrijke kankergevallen in ons land te wijten waren aan het eten van met hormonen behandeld vlees…» Woorden van Karel Van Noppen, een man uit het goede hout gesneden, die zijn aanklacht moest bekopen met zijn leven. Toediening van hormonen doet de spiermassa (= vlees) met ongeveer 10-15 procent toenemen, wat dus financieel interessant is, en waardoor er flinke winsten gemaakt worden door de ,,hormonenmaffia”. Hormonen zijn niettemin verboden in de Europese veeteelt, maar de vele schandalen hebben blootgelegd dat het gebruik nog steeds verre van uitgeroeid is.

Antibiotica

biologisch_antibiotica

Avoparcine, bacitracine, carbadox, flavomycine, monensine, olaquindox, salinomycine,spiramycine, tylosine, virginiamycine. “Het misbruik van antibiotica in de kweek van varkens, pluimvee en kalveren is minstens even algemeen verspreid als de toepassing van hormonen. En de gevaren zijn niet kleiner. Toch weigert de overheid de opsporing van restproducten van antibiotica in slachtvlees te moderniseren. Het resultaat is dat elke dag tonnen met antibiotica besmet vlees in de handel komt”, zegt een vleeskeurder. Dieren opeengepropt op mekaar, zonder gezonde buitenlucht, met goedkope voeding vetgemest, tja, wat wil je, die blijven één niet gezond en twee groeien sneller als ze systematisch antibiotica toegediend krijgen. Antibioticaresten in het vlees zorgen ervoor dat je zelf als patiënt misschien niet meer met antibiotica te behandelen bent. Over het gevaar van antibiotica als residu in de voeding nemen we hieronder een artikel van Gaia op. September 98: Het is dus zover…

Een 62-jarige Deense vrouw is begin september gestorven na het eten van varkensvlees dat besmet was met een salmonella-bacterie die resistent is tegen antibiotica. Daardoor was ze immuun geworden voor de toegediende geneesmiddelen. Behalve deze vrouw zijn nog 22 Denen ziek geworden door het eten van besmet varkensvlees. In hun september-editie waarschuwde Test-Aankoop er reeds voor: bij een recent onderzoek bleek dat het aantal stalen varkensvlees, waarin sporen van antibiotica gevonden werden 3x hoger lag dan een jaar voorheen (de Belgische wetgeving terzake is nochtans duidelijk; vlees met reststoffen van antibiotica is ongeschikt voor consumptie en mag niet worden verkocht). Het gebruik van tranquilizers (en hierbij gaat het heus niet om aspirientjes: het vaakst werd acepromazine aangetroffen, een neurolepticum dat vergelijkbaar is met producten die in de psychiatrie gebruikt worden om zwaar geestesgestoorden in bedwang te houden) blijkt zowat algemeen te zijn. Zo’n slordige 85% (!) van het onderzochte varkensvlees was volgens Test-Aankoop ongeschikt voor consumptie volgens één van de volgende criteria: hygiëne, antibiotica, tranquillizers en malsheid.

Maar waarom nu al die kalmerende middelen? De verklaring is al even logisch als eenvoudig : in hun queeste naar steeds magerder vlees, fokt men varkens die zo stress-gevoelig zijn dat ze bij de minste opwinding bezwijken door een hartaanval. Voor de jongens van de Boerenbond (sympathiek zoals altijd) was het duidelijk : de consument is hier schuldig, niet de varkenskweker! Maar goed, terug naar de antibiotica! Er zijn meerdere redenen waarom deze op vrij algemene schaal worden toegepast in de intensieve veehouderij. Eerst en vooral doden deze middelen de micro-organismen van de interne darmflora van het dier. Gezien deze micro-organismen in normale omstandigheden ook hun deel van het voedsel opeisen wordt zo op de kosten voor het veevoeder bespaard, en creëert men een kunstmatig groeibevorderend effect. De internet-landbouwersorganisatie Agris vertaalt antibiotica dan ook ietwat eufemistisch als antimicrobiële voederbespaarders.

Ten tweede worden antibiotica dikwijls preventief toegediend. In overbevolkte stallen ontstaan immers sneller infecties. Dat komt omdat de dieren te dicht op elkaar zijn gepakt, hun mest soms niet doorlopend wordt verwijderd, en/of de stallen slecht verlucht zijn. Het is voor veekwekers goedkoper om bij ziekte van één dier meteen hun hele veestapel te behandelen, door antibiotica aan het veevoeder toe te voegen, dan om te investeren in grotere en meer hygiënische stallen, of om minder dieren te houden. (Dat is nochtans de richting die men in Zweden is ingeslagen, met succes overigens). Van daar naar een voortdurende preventieve toediening van antibiotica is nog maar een stap. Beide toepassingen van antibiotica verdringen het louter curatief gebruik : enkel die dieren behandelen die ziek zijn.

Wat is nu het grote probleem met deze antibiotica?

Reeds in 1945 waarschuwde Alexander Fleming dat het misbruik van penicilline (een antibioticum) kon leiden tot het ontstaan van mutagene vormen van bacterieën die resistent werden tegen penicilline. Latere ontdekkingen zouden hem overschot van gelijk geven. Bactereën kunnen immers dikwijls hun populatie verdubbelen in amper 20 minuten, en passen zich dus zeer snel aan aan veranderende omstandigheden.

In april 2000 schreef het British Medical Journal (BMJ) dat antibiotica-resistentie een belangrijke bedreiging vormt voor de volksgezondheid. In amper 4 jaar tijd bleek de incidentie van Methicilline Resistente Staphylococcus aureus (MRSA) voor bepaalde stammen van deze bacterie met een factor 6 te zijn toegenomen! Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het artikel gevraagd wordt dat men stopt met het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar. En dat dit gebruik van antibiotica in de veeteelt echt niet om minimale hoeveelheden draait, blijkt uit een artikel van twee wetenschappers van het ETH in Zürich, Michael Teuber en Vincent Perreten, eind ’97 in het wetenschappelijk magazine Nature: maar liefst 50% van de wereldwijd geproduceerde antibiotica wordt door het vee naar binnen gewerkt ! Bovendien is er nog maar zeer weinig geweten over de effecten van antibiotica in daarvoor niet bestemde milieus. Zo is de kennis over het effect op langere termijn van antibiotica-resten in de bodem (het grootste deel van deze middelen komt uiteindelijk in de mest terecht) quasi nihil. Maar misschien heeft de Boerenbond deze keer wel gelijk en is de consument hierin wel (mede)verantwoordelijk zolang hij (varkens)vlees eet!? Maar u kan natuurlijk ook nog altijd vegetariër worden…

Bronnen:
Abbasi, Kamran. ‘Report calls for action on antibiotic resitance’, BMJ, Volume 316 (25 april 1998), p.1261
Perreten, Vincent et al.
‘Antibiotic resistance spread in food.’ Nature 389, 801 – 802 (1997)
D., W. & V., E. ‘De kwaliteit van varkensvlees.’ Test-Aankoop Magazine nr.413 – september 1998
Helsen, Marc. ‘Antibiotica groter gevaar dan hormonen.’ Het Nieuwsblad, 18 maart 1998
P., G. ‘Eerste dode door antibiotica-resistente bacterie in vlees.’ De Morgen, 10 september 1998

Kalmeermiddelen

biologisch_kalmeermiddelen

Ze worden toegediend om gestresseerde dieren kalm te houden tijdens het transport van de kwekerij naar het slachthuis. Wat blijkt? Tijdens het transport van je bord naar je mond, zitten sommige kalmeermiddelen er nog steeds. En dat is handig, denkt allicht de klassieke vleesindustrie, zo houden we ook de verbruiker (ge)kalm(eerd) en gedeisd.

Dierenwelzijn

biologisch_dierenwelzijn

Centraal in de biologische veeteelt staat het dierenwelzijn. Zich goed voelen is ook voor een dier een eerste vereiste om gezond te blijven. En een dier voelt zich pas goed als het kan voldoen aan al zijn behoeften : voldoende beweging, sociale en sexuele kontakten, rust, gevarieerd voedsel en beschutting tegen zon en regen wanneer nodig. (Een schitterend standaardboek voor de biologische veehouder is « Biologische veehouderij » van Kees van Veluw. Over hoe het niet moet, kan je terecht bij www.Gaia.be

Verschil bio en niet-bio

biologisch_tabel verschil bio en niet bio

Biologische veeteelt (of het nu kalkoenen of runderen zijn) is veel meer dan enkel maar ‘het niet gebruiken van dierlijke vetten, technische vetten of afgedankt frituurvet’. Wie het verschil wil kennen tussen de biologische teeltmethode en andere labels zoals “hormonenvrij, antibioticavrij of gewone teelt” klikt op deze tabel.

Schadelijke additieven

biologisch_additieven

Bij de verwerking van voeding worden dikwijls additieven gebruikt. Een additief is per definitie iets wat als hulpmiddel wordt toegevoegd. Naast een aantal onschadelijke additieven (zoals bijvoorbeeld pectine uit appels of citrusfruit*, zijn er ook een heel aantal waar bedenkingen kunnen worden bijgemaakt, en die dan ook in een biologisch voedingsproduct niet toegelaten zijn.

*Pectine is een natuurlijk bestanddeel dat vooral terug te vinden is in appelen, citrusvruchten en kweepeer. Pectine zorgt ervoor dat confituren en geleien sneller kunnen geleren, waardoor de hoeveelheid vitamines beter behouden blijven. In de gewone confituurindustrie wordt echter voornamelijk gebruik gemaakt van geamideerde pectines: deze worden met ammoniak behandeld om een stabieler resultaat te krijgen. Precies omwille van het gebruik van deze ammoniak, zijn deze geamideerde pectines in de biologische fruitverwerking verboden. Daar wordt nog steeds gewerkt met de natuurlijke, niet-geamideerde pectine uit appel of citrus.

Get Adobe Flash player